De kerncompetenties die in het kerndomein verloskunde zijn vastgesteld en waarop de scholing is gebaseerd zijn de volgende vier kerncompetenties (wettekst): 1. De verloskundige is in staat om een anamnese af te nemen op basis van de zorgvraag, op methodische wijze de gezondheidstoestand dan wel de dreigende of reeds bestaande gezondheidsproblemen van een vrouw in kaart te brengen en op grond van de verzamelde informatie en eventueel lichamelijk onderzoek een diagnose te stellen. 2. De verloskundige is in staat om, op grond van de resultaten van onderzoek en bevindingen, problemen en risico’s met betrekking tot de vrouw te inventariseren en om in samenspraak met haar besluiten te nemen over de in te stellen behandeling, dan wel advies of voorlichting te geven dan wel te verwijzen naar een andere zorgverlener. De verloskundige stelt een behandelplan op, bespreekt dat met de vrouw, consulteert of verwijst zo nodig naar andere deskundigen. 3. De verloskundige is in staat om, op methodische wijze en in samenwerking met de vrouw, verloskundige zorg te verlenen, de vrouw te begeleiden en het behandelplan naar de laatste stand van de kennis uit te voeren. 4. De verloskundige is in staat om periodiek de effecten van de zorginterventies op de gezondheidstoestand van de vrouw te evalueren en het behandelplan zodanig bij te stellen dat optimale resultaten bereikt kunnen worden. Ten behoeve van deze herregistratie voor verloskundigen in het kader van de wet BIG, heeft de SOV afspraken gemaakt die ertoe moeten bijdragen dat de last voor verloskundigen zo laag mogelijk blijft. Ook acht de SOV het van groot belang dat alle verloskundigen die in aanmerking komen voor herregistratie op een goede manier gefaciliteerd worden. Om die redenen heeft de SOV gekozen om op het gebied van het vaststellen van de competenties van het kerndomein, ook genoemd Erkenning (elders) Verworven Competenties (EVC) in het kader van de herregistratie, samen te werken. De aanmelding van verloskundigen die niet voldoen aan de eisen die gesteld worden aan de herregistratie, is landelijk georganiseerd. Kandidaten kunnen zich daarom aanmelden bij het EVC centrum van de Hogeschool Rotterdam. Verloskundigen die een herregistratieprocedure middels scholing willen starten dienen contact op te nemen met het EVC-centrum van de Hogeschool Rotterdam via EVC@HRO.NL. Het EVC centrum zal het assessment organiseren dat in dit verband nodig is. De gecertificeerde assessoren zijn verloskundige docenten die afkomstig zijn van de verloskundige opleidingen van Maastricht, Amsterdam, Groningen en Rotterdam. De kosten voor het assessment zullen in rekening worden gebracht door het EVC centrum. Na de aanmelding volgt een intakegesprek, waarna de kandidaat kan gaan werken aan een startportfolio. Dit portfolio wordt getoetst en aan de hand van de uitkomsten van dit assessment ontvangt de kandidaat een EVC-rapportage. Daarin wordt per kerncompetentie gerapporteerd in hoeverre de kandidaat al/niet voldoende competent is. Voor de kandidaat is dan duidelijk voor welke kerncompetenties een scholingsplan moet worden gevolgd. De verloskundige kan zelf kiezen bij welke van de vier opleidingen zij dit scholingsaanbod wil volgen. De opleiding waar de scholing is gevolgd verleent het certificaat ten behoeve van de herregistratie, als de competenties zijn bereikt, de kosten voor de scholing en het certificaat worden in rekening gebracht door de verloskunde academie waar deze scholing wordt verzorgd. Het scholingsaanbod
De scholing sluit aan bij het principe van ‘just-in-time’ leren, dat wil zeggen dat de verloskundige zelf bepaalt of ze over de benodigde actuele voorkennis beschikt om de scholingsactiviteiten uit te voeren. Er is een overzicht beschikbaar waarin is opgenomen wat de kennisbasis is voor het eindniveau van de HBO bachelor verloskunde.
De opleidingen hebben gezamenlijk de inhoud van de scholing per kerncompetentie vastgesteld. Dat wil zeggen dat de omvang en de hoeveelheid contacturen per opleidingsplaats nagenoeg gelijk is. De specifieke invulling is per opleidingslocatie verschillend. Het is de bedoeling dat de verloskundigen kiest voor het EVC-scholingsaanbod van één opleiding en daar de scholingen volgt voor de betreffende competenties die zij nog moet aantonen. Het is dus niet mogelijk om scholing voor competentie vier in Rotterdam te volgen en scholing voor competentie 1 in Groningen, omdat maar één opleiding een certificaat mag verstrekken, die nodig is voor de registratie voor de wet BIG.
Het doorlopen van het EVC-scholingsaanbod alleen is nog geen garantie voor het vereiste bekwaamheidsniveau. Dat zal de verloskundige moeten aantonen in het portfolio. De verloskundige kan de leerresultaten van de scholing verwerken tot aanvullend bewijsmateriaal. Zodra de scholing is afgerond, kan de verloskundige gaan werken aan het eindportfolio.
De toetsing van het eindportfolio vindt per opleiding plaats, door assessoren afkomstig uit de pool van assessoren van de vier opleidingen. De verloskundige kiest zelf het moment van toetsing. De afronding van het scholingstraject en de toetsing van het eindportfolio staan los van elkaar. De opleiding waar de verloskundige de aanvullende scholing heeft gevolgd, reikt het certificaat uit dat gebruikt kan worden voor de periodieke registratie.
Informatie over het EVC-scholingsaanbod kan worden ingewonnen voor zowel de locatie Groningen als Amsterdam bij Liesbeth Kool, coördinator EVC scholingstraject. Per email: Liesbeth.Kool@Inholland.nl . Telefoon 050-361886 (Verloskunde Academie Groningen).
EVC-scholingsaanbod van de AVAG per kerncompetentie
De scholing voor kerncompetentie 1 : ANAMNESE
De inhoud van de scholing voor deze kerncompetentie heeft betrekking op de volledige anamnese die wordt vastgelegd in een differentiaal diagnose en een risicoprofiel. Aan de orde komen:
- alle aspecten van anamnese afname,
- bij normaal- en fysiologisch afwijkend beloop,
- in alle fasen van reproductieve zorg,
Hierbij is specifiek de aandacht voor de behoeften en wensen van de cliënt en het beleid voor verschillende doelgroepen, op basis van sociaal-economische status en cultureel-etnische factoren. Daarnaast zijn actuele inzichten m.b.t. risicofactoren, zoals bijvoorbeeld obesitas, prenatale screening in het scholingstraject opgenomen.
Het resultaat omvat een schriftelijke rapportage aan de hand van een casus en een performance assessment prenataal. Tijdens het scholingstraject zijn er 8 contactmomenten, waarin 3 hoorcolleges (verloskunde en pathofysiologie), 1 werkcollege (medische ethiek), 2 vaardigheidstrainingen (cliëntgerichte zorgverlening en verfijnen anamnese) en 2 kenniskringen zijn opgenomen.
Totale studietijd voor deze competentie zijn 19 contacturen en ongeveer 60 studieuren, bij een gemiddeld instapniveau.
Aantal deelnemers: minimaal 5 en maximaal 20 personen.
De scholing voor kerncompetentie 2 BELEIDSBEPALING en ZORGPLAN
De inhoud van de scholing voor kerncompetentie 2 heeft betrekking op alle aspecten van het bepalen van beleid, uitmondend in een behandelplan, waaronder:
- diagnose, risicoselectie en indicatiestelling gebaseerd op Evidence Based Medicine,
- consulteren dan wel verwijzen naar andere hulpverleners,
- het voorschrijven van medicatie,
- het opstellen, handelen en onderbouwd afwijken van het behandelplan,
- het geven van voorlichting en advies, gericht op integrale cliëntgericht zorg.
Het resultaat van de scholing omvat een artikel over risicoselectie en een performance assessment.
Tijdens het scholingstraject zijn er 12 contactmomenten, waarin drie begeleide momenten voor het schrijven van een artikel, 5 werkcolleges (psychologie, verloskunde, sociologie en methodologie), een vaardigheidstraining samenwerking in de ketenzorg en twee kenniskringen zijn opgenomen. Het scholingstraject wordt afgerond met een performance assessment.
Totale studietijd voor deze competentie zijn 20 contacturen en ongeveer 75 studieuren, bij een gemiddeld instapniveau.
Aantal deelnemers: minimaal 5 en maximaal 20 personen.
De scholing voor kerncompetentie 3 BELEIDSUITVOERING en WAARBORGEN VEILIGHEID
De inhoud van de scholing voor kerncompetentie 3 heeft betrekking op alle aspecten van de beleidsuitvoering en zorgverlening met het oog op het waarborgen van de veiligheid van de individuele cliënt:
- het uitvoeren van voorbehouden handelingen en het handelen in levensbedreigende situaties
- doorverwijzing in acute situaties,
- de communicatie en zorgoverdracht naar andere verloskundige zorgverleners in de ketenzorg en
- de begeleiding van de cliënt en haar directe omgeving
- het verlenen van zorg volgens de laatste inzichten, standaarden en protocollen en reflectie op de kwaliteit van de directe verloskundige zorgverlening.
Het resultaat van de scholing omvat een toetsing van vaardigheden van de calamiteitentraining en een zorgplan voor een cliënt, inclusief beschrijving en onderbouwing van keuzes.
Tijdens het scholingstraject zijn er 11 contactmomenten, waarin 2 hoorcolleges (farmacologie, cliëntgerichte communicatie), 7 vaardigheidstrainingen (waaronder reanimatie pasgeborene, schouderdystocie, stuitbevalling, fluxus postpartum, uitwendige versie, het opstellen van een geboorteplan) en twee kenniskringen zijn opgenomen.
Totale studietijd voor deze competentie zijn 33 contacturen (of 12 uur indien de kandidaat geen calamiteitentraining behoeft te volgen) en ongeveer 75 studieuren, bij een gemiddeld instapniveau.
Aantal deelnemers: minimaal 5 en maximaal 20 personen.
De scholing voor kerncompetentie 4 KWALITEIT VAN ZORG
De inhoud van de scholing voor kerncompetentie 4 heeft betrekking op het bereiken van optimale kwaliteit van de cliëntenzorg. Dat wil zeggen:
- evaluatie van alle aspecten van de verleende zorg en de resultaten ervan
- zorgvuldige verslaglegging van de zorgverlening, interventies en effecten in het dossier
- zorgvuldige hantering en afhandeling van klachten, ook in de context van de samenwerking met andere disciplines
- toetsing van de verleende zorg in het licht van de laatste (wetenschappelijke) ontwikkelingen.
Het resultaat van de scholing omvat een methodische reflectie op een praktijkcasus, een uitgewerkt verbeterplan aan de hand van een kwaliteitsjaarverslag en een performance assessment postnataal.
Tijdens het scholingstraject zijn er 6 contactmomenten, waarvan 2 expertmeetings (klachten en klachtenafhandeling, casemanagement), 1 vaardigheidstraining (kritiek ontvangen) en een scholingsdag methodisch intercollegiaal overleg en het bijwonen van een ITV bijeenkomst.
Totale studietijd voor deze competentie zijn 15 contacturen en ongeveer 60 studieuren, bij een gemiddeld instapniveau.
Aantal deelnemers: minimaal vijf en maximaal 20 personen.
